Ga naar hoofdinhoud

BargeFlow Bemanningssterkte

Binnenvaartregeling & RSP Hoofdstuk 19

Bereken de minimale wettelijke bemanning voor uw binnenvaartschip. Gebaseerd op officiële regelgeving voor Nederlandse binnenwateren en Rijnvaart.

Zo werkt het

Vul onderstaande vragen in. Het resultaat verschijnt automatisch rechts. Twijfelt u? Kies dan de optie die het beste past bij uw situatie.

Waar vaart u?

Het vaargebied bepaalt welke regels van toepassing zijn.

Wat voor schip is het?

Kies het type schip of vaartuig.

Hoe lang vaart u per dag?

De exploitatiewijze bepaalt hoeveel uur per dag het schip vaart.

Welke uitrustingsstandaard geldt?

De standaard staat onder nummer 47 in het binnenschipscertificaat (RSP art. 19.01; NL: verklaring van de minister, art. 5.7 Bvr).

Het resultaat rechts wordt automatisch bijgewerkt terwijl u invult.

Wetgeving Bemanning Binnenvaart

Binnenvaartregeling: Nederlandse binnenwateren

Op de Nederlandse binnenwateren (behalve Rijn, Waal en Lek) gelden de bemanningseisen van hoofdstuk 5 van de Binnenvaartregeling (krachtens de Binnenvaartwet en het Binnenvaartbesluit). Voor motorschepen, duwboten, bunkerschepen en zelfvarende drijvende werktuigen verwijst art. 5.6 naar de Rijntabel van art. 19.02 RSP; voor hechte samenstellen, passagiers-, stoom- en hotelschepen, veerboten, sleepschepen, sleepboten en snelle veerponten gelden de bijlagen 5.1 t/m 5.8. Daarnaast kent §5 vrijstellingen, zoals art. 5.15 (motorschepen < 55 m), art. 5.17 (passagiersschepen), art. 5.18 (rondvaartboten), art. 5.19 (zeilende passagiersschepen) en art. 5.21 (S2-vrijstellingen). Het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) bevat de verkeersregels en staat los van de bemanningseisen.

RSP Deel III, hoofdstuk 19: Rijnvaart

Het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP), sinds 1 april 2023 in de huidige indeling, regelt in Deel III hoofdstuk 19 de minimumbemanning op de Rijn, Waal en Lek: art. 19.01 (uitrustingsstandaarden S1/S2), 19.02 (motorschepen en duwboten), 19.03 (hechte samenstellen, zes groepen), 19.04 (passagiersschepen incl. stoom- en hotelschepen), 19.05 (verhoging bij uitrusting onder S1), 19.06 (overige vaartuigen, certificaat nr. 48), 19.07 (zeeschepen), 19.08 (kanaalspitsen), 19.09 (pleziervaartuigen) en 19.10 (uitzondering beneden het Spijksche Veer).

Exploitatiewijzen Uitgelegd

A1

Dagvaart

Maximaal 14 uur varen per 24 uur (1x per week 16 uur met tachograaf en extra stuurman-gekwalificeerd bemanningslid). Onderbreking van 8 uur tussen 22.00 en 06.00 uur; rust 8 uur ononderbroken.

A2

Semi-continu

Maximaal 18 uur varen per 24 uur. Onderbreking van 6 uur tussen 23.00 en 05.00 uur; rust 8 uur waarvan 6 uur ononderbroken (jonger dan 18 jaar: 8 uur ononderbroken).

B

Continuvaart

Maximaal 24 uur per dag doorvaren. Rust 24 uur per 48 uur, waarvan ten minste tweemaal 6 uur ononderbroken. Wisselen van exploitatiewijze alleen volgens de wisselregels.

Veelgestelde Vragen

Welke wetgeving geldt waar?

Op de Rijn, Waal en Lek geldt het RSP (Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn), Deel III hoofdstuk 19. Op de overige Nederlandse binnenwateren geldt hoofdstuk 5 van de Binnenvaartregeling (art. 5.1: alle binnenwateren behalve de Rijn, Waal en Lek). Voor de vaart beneden het Spijksche Veer (km 857,40) zonder grensoverschrijding mag op grond van RSP art. 19.10 ook met de Nederlandse regels worden volstaan. Het BPR (Binnenvaartpolitiereglement) bevat verkeersregels, geen bemanningseisen.

Wat is de uitrustingsstandaard S1 of S2 - en wat als mijn schip daar niet aan voldoet?

De uitrustingsstandaard staat onder nummer 47 van het binnenschipscertificaat (RSP art. 19.01; NL: verklaring van de minister, art. 5.7 Bvr). S1 is de basisstandaard; S2 betekent aanvullend een vanuit de stuurhut bedienbare boegschroef (alleen varende of koppelverband-duwende motorschepen en passagiersschepen) of aangedreven koppellieren (duwende schepen) en geeft een lichtere bemanning. Voldoet de uitrusting niet aan S1, dan wordt de bemanning verhoogd met één matroos (A1/A2) of twee matrozen (B); bij gebreken in de motorbediening/alarmering (onderdelen a t/m c) worden dat matrozen-motordrijvers (RSP art. 19.05).

Hoe werkt de tabel voor hechte samenstellen (art. 19.03 / bijlage 5.1)?

Hechte samenstellen (duwstellen en gekoppelde vaartuigen) vallen in zes groepen: groep 1 t/m 3 naar afmetingen (t/m 37 m, 37-86 m, 86-116,5 m bij max. 15 m breedte; groep 3 ook duwboot + 1 duwbak langer dan 86 m) en groep 4 t/m 6 naar samenstelling (duwboot + 2, + 3-4 of + meer dan 4 duwbakken; motorschip + 1 of + 2-3 duwbakken). Als duwbak telt ook een motorschip zonder in werking gestelde voortstuwing of een sleepschip (NL: alles wat geduwd of langszij meegevoerd wordt). Gelijkwaardigheid: 1 duwbak = meerdere bakken met samen maximaal 76,50 m lengte en 15 m breedte.

Welke bemanning is nodig voor een motorschip van 40 meter?

Een motorschip van 40 meter valt in groep 1 (L ≤ 70 m):

  • A1: 1 schipper + 1 matroos (S1 en S2 gelijk)
  • A1 + vrijstelling art. 5.15 (alleen NL, < 55 m): 1 schipper alleen (variant a, strenge voorwaarden) of schipper + lichtmatroos/deksman (variant b)
  • A2: 2 schippers; met S2-vrijstelling art. 5.21 lid 1 (NL): schipper + stuurman
  • B: 2 schippers + 1 matroos + 1 lichtmatroos (S1) of 2 schippers + 2 lichtmatrozen (S2, één ouder dan 18)
Welke voetnoten en vervangingen kent de wet?
  • Deksman: waar de tabel het met een voetnoot aangeeft, mag één lichtmatroos worden vervangen door een deksman.
  • "Of"-kolommen: sommige cellen kennen twee gelijkwaardige samenstellingen (bijv. schipper + volmatroos óf schipper + matroos + lichtmatroos); in B-mode vereist de kleinere variant vaak een stuurman met schipperskwalificatie.
  • Matroos → lichtmatroos: voorgeschreven matrozen mogen worden vervangen door lichtmatrozen van ten minste 17 jaar, in het derde leerjaar, met één jaar vaartijd (niet bij hotelschepen).
  • Schippersschoolreductie: in de wettelijk aangewezen cellen mag de bemanning maximaal drie maanden per kalenderjaar met één schoolgaande lichtmatroos worden verminderd.
  • Machinist → volmatroos (RSP, passagiersschepen): de vereiste machinist mag worden vervangen door een extra volmatroos.
  • Stoomschepen: nr. 52 van het certificaat bepaalt of machinisten vereist zijn.
Welke schepen vallen buiten de standaardtabellen?
  • Rijn: sleepboten, sleepschepen en drijvende werktuigen krijgen een individuele vaststelling van de Commissie van Deskundigen (art. 19.06, certificaat nr. 48); zeeschepen volgen art. 19.07; kanaalspitsen (art. 19.08) en pleziervaartuigen (art. 19.09) hebben een eigen minimumregel.
  • NL: veerboten (bijlage 5.5, vaste bemanning), sleepschepen (bijlage 5.6), sleepboten incl. havensleepdiensten (bijlage 5.7) en snelle veerponten boven 30 km/u (bijlage 5.8, schipper met radarpatent).
  • NL-vrijstellingen: rondvaartboten van het Amsterdamse grachtentype en open rondvaartboten (art. 5.18), zeilende passagiersschepen (art. 5.19), sportvisserij op zone 2 (art. 5.20) en bunkerschepen/bilgeboten/pompoverslagboten (art. 5.6 lid 2-3).
Is deze calculator juridisch bindend?

Nee, deze calculator biedt een indicatie op basis van de wetgeving (stand: RSP geconsolideerd 2026 en Binnenvaartregeling incl. wijziging Stcrt. 2025, 14004). Controleer altijd het binnenschipscertificaat van uw schip en raadpleeg bij twijfel de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) of een deskundige. Wijzigingen in wetgeving kunnen niet direct in deze tool zijn verwerkt.